Aaron Coplands Fanfare for the Common Man (1942) is een imposant eerbetoon aan de democratie en de gewone burger. Gecomponeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, in opdracht van dirigent Eugene Goossens, verving Copland de traditionele militaire bombast door een krachtig eerbetoon aan de opofferingen van de ‘gewone man’ aan het thuisfront. Met stralende koperblazers en donderende percussionisten schildert het werk een beeld van waardigheid, hoop en universele gelijkheid.
Maar als we die ‘gewone man’ vandaag de dag op zijn voetstuk zien staan, mag hij best eens een toontje lager zingen. De tijd dat de gemiddelde man dacht de toon te moeten zetten, is wel voorbij. Te vaak verliest hij zich in achterhaalde, seksistische clichés en een overvloed aan objectiverende beelden over vrouwen. Het is simpelweg niet meer aan de man om te overheersen: de moderne maatschappij vraagt om een fanfare voor gelijkwaardigheid, niet voor mannelijke dominantie.
Voor mannen die denken dat ze nog altijd de touwtjes in handen hebben, is een lesje klassieke mythologie raadzaam. Denk aan Sheherazade, de slimme vertelster die met haar duizend-en-één verhalen de bloeddorstige sultan volledig om haar pink wond. Zij bewees dat ware kracht niet zit in brute overheersing, maar in intellect en autonomie. Laat Coplands fanfare dus een wekker zijn: tijd voor de gewone man om een stap terug te doen en écht te luisteren.